TIEL - Tijdens een festival in 2020 verstopte schrijver en cabaretier Paulien Cornelisse een gouden kersenpit in het Regionaal Archief Rivierenland in Tiel, dat
schrijft Omroep Gelderland. Tussen de vijftien kilometer aan archiefstukken werd de pit nooit gevonden. Na haar overlijden afgelopen woensdag is het voorwerp uitgegroeid tot een opmerkelijk onderdeel van haar nalatenschap. "Ze was een buitengewoon energieke vrouw, een echte taalvirtuoos. We gaan haar enorm missen."
Toen Cornelisse in het najaar van 2024 bekendmaakte dat ze haar theatertour moest afzeggen vanwege kanker, besloot Ella Kok-Majewska haar een e-mail te sturen. De Tielse streekarchivaris wilde haar sterkte wensen in de moeilijke tijd die ze destijds doormaakte.
Niet veel later volgde een antwoord van Cornelisse. "Ze stelde het erg op prijs", vertelt Majewska. "Het was echt een heel lief berichtje. Ze schreef ook dat haar schoonmoeder nog regelmatig in het archief in Tiel kwam. Maar zelfs zij had de gouden kersenpit die Paulien tussen de archiefstukken had verstopt nog niet gevonden."
TaalvirtuoosDe cabaretier en schrijver overleed afgelopen woensdag in het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis in Amsterdam aan de gevolgen van kanker. Dat was ongeveer twee jaar nadat Majewska en Cornelisse met elkaar mailden. Cornelisse werd 50 jaar.
De Amsterdamse vergaarde grote bekendheid met haar boeken, waaronder de bestseller Taal is zeg maar echt mijn ding, waarvan zo'n 700.000 exemplaren werden verkocht. "Ze was een zeer energieke vrouw, een echte taalvirtuoos", zegt Majewska, gevraagd naar haar eerste gedachten over Cornelisse. Volgens de streekarchivaris zal ze door velen "enorm worden gemist".
Gelders Erfgoed FestivalDe oorsprong van die bijzondere kersenpit ligt bij het Gelders Erfgoed Festival van 2020. Toen werden tien erfgoedlocaties gekoppeld aan een kunstenaar. Omdat Tiel het thema fruit een prominente plaats wilde geven en het festival draaide om 'Oost-West', kwam het archief uit bij Cornelisse. "Wij vonden Paulien als taalkunstenaar erg goed passen bij onze schriftelijke bronnen", vertelt Majewska.
Omdat Cornelisse dol was op Japan, viel de keuze al snel op kersen. "Vanwege de kersenbloesem, waar Japan beroemd om is. Ze kwam vervolgens in onze studiezaal, waar wij een hele grote tafel bezaaid hadden met stukken. Ze stond toen eerst echt met de handen in het haar. Ze wist niet waar ze moest beginnen."
Chaos in het archiefTijdens het bladeren kwam ze verschillende kersrassen tegen, waaronder eentje met de naam 'Inspecteur Löhnis'. Die naam vond de schrijver zo bijzonder dat ze er een boekje over schreef genaamd De inspecteur en de gouden kersenpit.
Het verhaal gaat over een kersenpit die zich steeds opnieuw verstopt en over mannen die in kersen veranderen. Bovendien sloot het aan bij het Japanse begrip hibutsu: het idee dat iets juist schoonheid ontleent aan het feit dat het zelden wordt ontdekt of bekeken.
Om Hibutsu in de praktijk te brengen, stelde Cornelisse voor om een gouden kersenpit tussen de stukken in het archief te verstoppen. "Ik moest eerst echt even slikken", herinnert Majewska zich. "Maar het was zo'n mooi project. Zij schept eigenlijk chaos in de orde. Daar kon ik alleen, bij hoge uitzondering, "ja" op zeggen."
Bij de pit horen twee briefjes, waarvan eentje bij de pit ligt en aangeeft dat de vinder hem opnieuw mag verstoppen voor de volgende. Het tweede briefje was bestemd voor Majewska: "Eenieder kan bij toeval iets moois vinden."
Lang wachtenCornelisse hoopte dat de kersenpit nog tijdens haar leven zou worden gevonden, vertelt de archivaris. Maar zover kwam het niet. Majewska vindt dat niet zo vervelend. "Bij de Japanse traditie hoort dat dingen die onontdekt moeten blijven, eens per 500 jaar getoond mogen worden. Dus als iemand pas over iets minder dan 500 jaar die pit vindt, heb ik er ook vrede mee."
Bekijk de video waarin Paulien Cornelisse praat over de gouden kersenpit: