REGIO - Vijf jaar geleden werd de Nieuwe Hollandse Waterlinie toegevoegd aan de UNESCO-Werelderfgoedlijst. Samen met de al sinds 1996 beschermde Stelling van Amsterdam vormt zij sindsdien het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies. "Er is maar één systeem zoals dit in de wereld”, legt sitemanager Kirke Mulders uit.
De Hollandse Waterlinies vormen een ruim 200 kilometer lange verdedigingslinie die loopt van Muiden tot aan de Biesbosch, maar ook door de SRC-regio. De Nieuwe Hollandse Waterlinie werd aangelegd in de 19e eeuw en later uitgebreid. In plaats van hoge muren of bergen gebruikte Nederland water als wapen.
Westen beschermen Door grote stukken land gecontroleerd onder water te zetten, werd een natuurlijke barrière gecreëerd die vijanden moest vertragen. Hiermee moest het westen worden beschermd tegen vijanden uit het oosten.
"Het water stond ongeveer tot kniehoogte", legt Mulders uit terwijl ze bij Werk aan het Spoel staat in Culemborg. "Daardoor was het gebied te diep om doorheen te lopen, maar ook te ondiep voor boten. Slootjes en hekjes verdwenen onder water, waardoor het voor soldaten en paarden vrijwel onbegaanbaar werd."
Nooit echt gebruikt Opvallend genoeg heeft de Nieuwe Hollandse Waterlinie haar verdedigende functie nooit echt hoeven vervullen. De linie werd wel meerdere keren gemobiliseerd en soldaten lagen op de forten paraat, maar een daadwerkelijke aanval bleef uit.
"Dat maakt het eigenlijk een beetje een antiheldenverhaal", zegt Mulders. "Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitsers delen van de linie nog onder water gezet, maar zij kenden het systeem niet goed. Daardoor werkte het niet zoals het bedoeld was."
Volgens Mulders was de techniek juist bijzonder omdat slim gebruik werd gemaakt van het Nederlandse landschap. Met sluizen, dijken en kanalen konden complete gebieden binnen twee weken onder water worden gezet. Uiteindelijk verloor het systeem zijn militaire waarde doordat vliegtuigen hun intrede deden.
Werk aan het Spoel Het jubileum werd onder meer gevierd bij Werk aan het Spoel in Culemborg, een van de verdedigingswerken van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het werk maakte samen met Fort Everdingen, Fort Honswijk en Werk aan de Groeneweg deel uit van het zogenoemde Lekacces, een plek waar een vijand relatief eenvoudig de rivier kon oversteken.
Werk aan het Spoel had als taak de voormalige inlaatsluis te beschermen, waarmee het achterliggende gebied onder water kon worden gezet. Anders dan de grotere forten is het geen volledig fort, maar een kleiner verdedigingswerk met bomvrije gebouwen voor een beperkte groep militairen.
Wereldwijde erkenning Volgens Mulders is de UNESCO-status te vergelijken met een Michelinster. "Je krijgt die erkenning alleen als iets wereldwijd uniek en onvervangbaar is."
De status heeft volgens haar de afgelopen vijf jaar vooral gezorgd voor meer bekendheid. Ook is de trots onder de vele vrijwilligers gegroeid. "Zij vertellen de verhalen aan bezoekers. Zonder hen zijn de forten er nog steeds, maar komt de geschiedenis veel minder tot leven."
Jubileumjaar In het jubileumjaar zijn verschillende activiteiten georganiseerd. Vrijwilligers werden aan het begin van het jaar in het zonnetje gezet en op diverse locaties vonden evenementen plaats. Ook verscheen het kinderboek Een fort voor vleermuis uit de bekende Gouden Boekjes-reeks, met bijbehorende tentoonstellingen op meerdere forten.
Mulders hoopt dat meer mensen de Hollandse Waterlinies gaan ontdekken. "De forten vallen meteen op, maar het verhaal zit juist in het hele landschap ertussen. Als je dat eenmaal kent, ga je steeds meer zien. Dan ontdek je pas hoe bijzonder dit systeem eigenlijk is”, sluit ze af.