CULEMBORG - Wie regelmatig langs het water loopt, kan er bijna niet meer omheen: afgeknaagde bomen, kale stammen en soms zelfs een glimp van een zwemmende bever. Ook in en rond Culemborg lijkt het dier steeds vaker op te duiken. Maar zijn er inderdaad meer bevers dan vroeger? En hoe groot is het risico voor mens en dijk?
Op Facebook verschijnen ze regelmatig: foto’s van bomen die tot op de stam zijn afgeknabbeld, filmpjes van een bever die rustig door het water peddelt en soms een indrukwekkend groot exemplaar dat pontificaal langs de kant zit. Ook in Culemborg worden de dieren steeds vaker gezien. Bij het water tegenover restaurant Caatje aan de dijk heb ik zelf al eens een bever gespot.
En toen er een filmpje voorbijkwam van een behoorlijk groot exemplaar bij Parc de Triomphe in Culemborg, begon ik me iets af te vragen: zijn er écht steeds meer bevers? Een vriendin heeft inmiddels haar eigen conclusie getrokken: ze zwemt liever niet meer in open water. Niet omdat het water haar tegenstaat, maar vanwege het idee dat er ineens een bever aan haar voeten zou kunnen snuffelen…
Dat klinkt misschien wat angstig, maar hoe gevaarlijk zijn bevers eigenlijk? En veroorzaken ze inderdaad steeds meer overlast? Voor antwoorden bel ik met Kees Schep, medewerker faunabeheer bij Waterschap Rivierenland en coördinator Beverbeheer.
Van bijna verdwenen naar vaste bewonerDat bevers tegenwoordig veel vaker worden gezien klopt, aldus Schep. "De populatie in Nederland groeit en daarmee neemt ook de verspreiding toe." Dat is bijzonder, want nog niet zo lang geleden was de bever juist helemaal verdwenen uit Nederland.
Vanaf 1988 werden op verschillende plaatsen opnieuw bevers uitgezet, onder meer door natuurorganisaties en overheden. Inmiddels is de bever weer een vrij algemene soort. "Dat de populatie nu groter is geworden, betekent automatisch dat we ook meer overlast zien."
Schep houdt zich dagelijks bezig met het beheer van de soort. "Mijn rol als coördinator Beverbeheer is om de afdeling op bevergebied aan te sturen. Daarnaast werk ik met de waterschappen aan duurzame oplossingen en aan de ontwikkeling van de Landelijke Beveraanpak."
Een bever is geen onschuldig knaagdierWie een bever ziet, ziet vooral een groot, wat aandoenlijk knaagdier dat rustig door het water zwemt. Maar voor een waterschap kan het dier een stuk minder onschuldig zijn. Bevers graven namelijk holen en burchten. En soms doen ze dat in een dijk.
"Beverschade in dijken wordt door het waterschap hersteld, maar het risico op nieuwe graafschade blijft natuurlijk aanwezig", zegt Schep. De cijfers laten zien dat het niet om een theoretisch risico gaat.
In 2025 verzwakten bevers op elf locaties de dijk in Rivierenland. Dat betekent niet dat de dijken zomaar op instorten staan. Het waterschap inspecteert de locaties en herstelt schade. Maar voorkomen is beter dan genezen, zeker wanneer het om een primaire waterkering gaat.
Een dijk volledig beverproof maken is echter niet van de ene op de andere dag geregeld
"Bij dijkversterkingen en op risicolocaties nemen we preventieve maatregelen", legt Schep uit. "Zo kan bijvoorbeeld gaas langs de dijk worden ingegraven om te voorkomen dat bevers zich naar binnen graven." Een dijk volledig beverproof maken is echter niet van de ene op de andere dag geregeld. "Daarom zijn extra inspecties belangrijk. Faunabeheerders houden de dijken nauwlettend in de gaten, zodat eventuele graafschade zo vroeg mogelijk wordt ontdekt."
Waarom knaagt een bever eigenlijk aan bomen?De sporen van een bever zijn moeilijk te missen. Vooral in het najaar en de winter verschijnen overal bomen met de kenmerkende schuine knaagsporen. "Bevers laten altijd knaagsporen achter", aldus Schep. "Dat verschilt wel van seizoen tot seizoen. Het meeste knaagwerk zie je in het najaar en de winter. Dan zijn ze afhankelijk van houtige gewassen. In het voorjaar en de zomer eten ze ook meer waterplanten en kruiden."
De grote voortanden van de bever zijn daarvoor perfect uitgerust. Ze zijn bedekt met een harde, oranje glazuurlaag en blijven doorgroeien. Daarmee kan het dier zelfs stevige bomen om krijgen. En soms gaat het verder dan alleen een boom omknagen.
BiodiversiteitBevers kunnen ook dammen bouwen om water vast te houden. “In Nederland zien we dat voornamelijk in stromende wateren. Maar die hebben we in ons vlakke land natuurlijk veel minder dan in het buitenland.”
Voor de natuur is de aanwezigheid van de bever overigens lang niet alleen maar slecht nieuws. Door bomen te vellen, water vast te houden en hun leefomgeving te veranderen, kunnen bevers juist een positieve invloed hebben op de biodiversiteit. Dat maakt het beheer ingewikkeld: het dier is beschermd en heeft een belangrijke plek in het Nederlandse ecosysteem, maar kan tegelijkertijd voor serieuze problemen zorgen.
En dan die zwemmer…Maar hoe zit het met die vriendin die liever niet meer in open water zwemt? Kan een nietsvermoedende zwemmer opeens worden aangevallen door een bever? Schep moet er wel om lachen als ik hem de vraag voorleg.
Hij kent het verhaal van een zwemmer die zou zijn gebeten, maar benadrukt dat dit een grote uitzondering is. Zijn advies is daarom vooral simpel: houd afstand en honden aan de lijn. "Wie het dier met rust laat, hoeft niet bang te zijn."
De kans dat een bever tijdens een ontspannen zwemtocht plotseling besluit om aan je tenen te komen knabbelen, lijkt daarmee vooral een stuk groter in je fantasie dan in werkelijkheid.
De bever is niet het enige probleemVoor het waterschap zijn bevers bovendien niet het enige dier waar rekening mee moet worden gehouden. Muskusratten en beverratten worden inmiddels goed onder controle gehouden. Een andere soort zorgt de laatste jaren voor steeds meer problemen: de rivierkreeft.
"Rivierkreeften in Nederland zijn bijna uitsluitend exoten en zijn nadelig voor oevers en ecologie", vertelt Schep. Bij beschermde dieren zoals de bever en de das ligt dat anders. Daar is een andere benadering nodig. "Beschermde dieren als bever en das vragen om een meer inclusieve aanpak." Dat betekent zoeken naar manieren om mens en dier samen te laten leven, zonder dat de veiligheid in het geding komt.
De terugkeer van de bever is een succesverhaal met een ingewikkeld staartje
Geen reden voor paniek, wel voor oplettendheidIn 2025 ging de Nationale Beveraanpak van start. Het doel daarvan is om de veiligheid te waarborgen en tegelijkertijd op een duurzame manier samen te leven met de bever. Afschot was ook dit jaar niet aan de orde. Het uitgangspunt is om problemen zo veel mogelijk te voorkomen en schade vroegtijdig op te merken.
En daarmee is de terugkeer van de bever eigenlijk een succesverhaal met een ingewikkeld staartje. Het dier dat ooit uit Nederland verdween, voelt zich hier inmiddels weer uitstekend thuis. Dat merken we ook in ons gebied: aan de bomen, aan de filmpjes op sociale media en soms gewoon tijdens een wandeling langs het water.
Wie een bever ziet, hoeft zich dus vooral gelukkig te prijzen dat hij het dier in het wild tegenkomt. En wie daarna een duik in natuurwater bij de Lek wil nemen? Gewoon zwemmen. De bever heeft waarschijnlijk heel andere dingen aan zijn hoofd...
Een bever gezien? Meld het!
De waterschappen houden de verspreiding van bevers zelf in de gaten. Wie zelf een bever heeft gezien en de waarneming wil vastleggen, kan dat doen via www.waarneming.nl. Wie vermoedt dat een bever in een dijk graaft, doet er goed aan contact op te nemen met het waterschap in de regio. Zo kan eventuele schade tijdig worden gecontroleerd. Want hoe mooi de terugkeer van de bever ook is, een bever op de juiste plek is natuur. Een bever ín de dijk is een ander verhaal.