TIEL - Het ziet er nogal imposant uit, het 35-meter lange wandkleed ‘Draden van ons Nederlandse Slavernijverleden’. Felle kleuren golven voorbij, her en der een gezicht, dan weer een groot huis dat uit de golven verreist, een lichaam. Tot eind augustus hangt het nog bij het Regionaal Archief Rivierenland in Tiel.
“Mijn hoofd werkt een beetje vreemd, dat moet ik er alvast even bijzeggen”, lacht de Ghanees-Nederlandse kunstenaar Richard Kofi (38) - geboren in Wageningen - die het wandkleed ontwierp. Het begon, vertelt hij, met een dossier vol historische informatie over het slavernijverleden in Gelderland. “Maar ja, dan sta je voor de vraag: wat doe je met zoiets?”
Ja, veel van het Nederlandse slavernijverleden speelt zich af in Holland, Zeeland en het koloniale gebied. Maar ook het dossier over Gelderland was fors, zegt Kofi. En heftig.
Feit en fictie “Ik besloot iets meer van speculatieve fictie toe te voegen aan die geschiedenis”, zegt hij. “Om iets meer het gevoel te krijgen controle te hebben over de materie, maar ook—het is zo moeilijk om te rouwen. Om je ertoe te verhouden, om het helemaal in zijn volledigheid vast te pakken.”
Een letterlijke verbeelding van de vele verhalen die onderzoekers opdoken over het Gelderse slavernijverleden, dat leek hem te moeilijk. Lastig te grijpen én om te verwerken. Dus verzon hij voor het kleed een onderwatermythe over verdronken voorouders die de golven van de Rijn over het landschap heen sturen. “Eigenlijk omdat we er nog niet uit zijn met zijn allen. Over hoe we om moeten gaan met dit verleden en met elkaar.”
Kofi stopte veel gevoelens over dit verleden in de golven. “Het maakt schoon, maar er zit ook een kracht achter, geweld, gevoelens van wraak.” Dat leidde tot mooie discussies met de vele vrijwilligers die in de hele regio - waaronder het Elizabeth Weeshuis in Culemborg en het Flipje en Streekmuseum in Tiel - aan het wandkleed werkten. “Dat idee dat we er nog niet uit zijn, dat het slavernijverleden nog steeds zoveel discussie oplevert.”
Interesse in het verleden Hij erkent dat het voor veel mensen in Nederland lastig is om zich bezig te houden met dat verleden, om na te denken over “hoe ze zich ertoe verhouden”. En dat er genoeg mensen zijn in de regio die niet het gevoel hebben dat hun eigen families iets met de slavernij te maken hadden. Al waren er in Gelderland wél rijke families en instanties die ervan profiteerden.
“Dat zou alleen geen reden moeten zijn om er geen interesse in te hebben”, zegt Kofi. “Ik denk dat juist door je open te stellen voor de verhalen uit het slavernijverleden, je veel beter begrijpt hoe je zelf in de wereld staat ten opzichte van anderen. Of je je naam nu terugziet als een van de daders, of als een slachtoffer, denk ik dat het goed is om het slavernijverleden te doorgronden, om de wereld van nu te begrijpen.”
En dat is complex, geeft hij meteen toe. Wie een benzineauto koopt, kan door de klimaatimpact “de levensverwachting in Nigeria verlagen”. Maar bij de fabricage van onderdelen voor elektrische auto’s kan dan weer kinderarbeid in Congo in het spel zijn. “Het idee is niet dat het je verlamt, maar dat je het begrijpt. Dat je ziet dat het slavernijverleden niet per se voorbij is, zich vooral heeft aangepast.”
Deur zonder terugkeer Zo staat er op het wandkleed een ‘deur van geen terugkeer’, een verbeelding van de grens tussen vrije Afrikaan en tot slaaf gemaakte. Het is de plek waar hun connectie met thuis werd afgesneden. Roze hoofden die boven de golven uitsteken, staan symbool voor verdronken voorouders.
Andere afbeeldingen zijn minder mythologisch en meer historisch. Zo staat Quaco afgebeeld, de knecht van de Nederlands-Schotse soldaat en illustrator John Stedman. Stedman werd uitgezonden naar Suriname, waar hij de behandeling van tot slaaf gemaakten vastlegde in tekening en geschrift.
De piepjonge Quaco keek mee. “Een vreemde situatie”, zegt Kofi. Na afloop van Stedmans tijd in Suriname nam hij Quaco mee naar Rozendaal.
Vreemde connecties Een ander bijzonder verhaal dat vereeuwigd is op het wandkleed, is dat van Johan Pempelfort en Dominico. “Twee mannen met een bijzondere connectie”, zegt Kofi. “Dominico was een tot slaaf gemaakte man in Brazilië, waar Pempelfort veel bezittingen had.”
Pempelfort raakte veel van die bezittingen uiteindelijk kwijt. Op de weg terug gaf hij Dominico zijn vrijheid. Ze woonden samen enige tijd in Gelderland. Daarna vertrok Dominico naar Indonesië. “Waar hij hetzelfde ging doen wat hem in Brazilie was aangedaan”, zegt Kofi. “Vervolgens stuurde hij geld terug naar Pempelfort.”
Hij vermoed dat er zo wel meer vreemde connecties ontstonden in deze periode. De verhalen op het wandkleed zijn slechts een greep.
In gesprek “Ik heb veel positieve reacties gehad op het ontwerp”, zegt Kofi. Hij is er tevreden mee – en met de gesprekken die er uit voortkwamen.
“Dat slavernijverleden is zo groot – honderden jaren aan gedoe. En het is voor mensen lastig om iets te doen waarbij je het idee hebt dat het een positief effect heeft. Ik denk dat veel mensen hebben meegedaan om allerlei redenen – het handwerk, de verhalen, gewoon omdat het er grappig uitzag. Maar wat je ook doet, vroeg of laat heb je er gesprekken over.”