OCHTEN - De kersenkramen aan de weg zijn weer open en er hangt vol op fruit aan de bomen: het kersenseizoen is begonnen. Het gaat een mooi seizoen worden, denkt fruitteler Bart Verwoert. "De bomen zitten knap vol, maar niet te vol."
Van de week zijn de eerste kersen geplukt in zijn boomgaard bij Ochten. “Het kan een heel mooi seizoen worden.” De komende acht weken gaan ze in de verkoop en mogen mensen ook langskomen om zelf kersen te plukken. “Voor hen is het een uitje”, lacht Verwoert. “Voor mij is het werk.”
Plukkers moeten wel opletten dat ze het op de juiste manier aanpakken. “Kersen pluk je met de steel. Als je alleen aan de kers trekt, beschadig je het fruit”, legt hij uit. “Dan is de kers niet meer houdbaar.”
Geschiedenis van de kersenverkoop Lang stond de Betuwe vol met kersenboomgaarden. “Het is rivierklei”, zegt Verwoert. Goede grond voor kersenbomen. “Alleen ligt de beste klei rond de kerk. Daar staan tegenwoordig toch huizen, dus de boomgaarden staan nu verder weg. Dat levert soms problemen op. Zo zag je twee jaar geleden best wel wat dode kersenbomen, het was daar te nat geworden voor kersen.”
Vroeger – voor zijn tijd, benadrukt hij – was het halve dorp bezig met kersen. Kinderen werden zelfs thuisgehouden om te helpen bij de oogst. “Dat brachten ze dan naar de centrale kersenhut. Daar werden de kersen gesorteerd en naar de veiling gebracht.”
Maar dat nam steeds meer af. De kersenhut ging van verwerking- en distributiepunt naar verkoopstal. “We zien nu dat de kersenteelt weer terugkomt, dankzij de laagstamkers”, zegt hij. “Die is gemakkelijker te bewerken en dus rendabeler.” Inmiddels worden er weer veel kersen geteeld in het gebied, al vermoedt Verwoert dat ze nu wel het maximum hebben bereikt.
Bedreigingen van buitenaf Daar komt bij dat er wel steeds meer bedreigingen bijkomen voor de kers. De suzukivlieg bijvoorbeeld, die “zo’n tien, vijftien jaar geleden” uit Zuid-Amerika naar Nederland kwam. “Die zit nu overal. Ze gebruiken afvaltrucks als bus.”
Deze fruitvlieg dringt zachtfruit binnen en legt daar eieren. De daaruit voortkomende larven eten het fruit op. “Binnen een paar dagen is de kers weg.”
De bestrijding van de fruitvlieg blijft een hoofdpijndossier binnen de sector. Ze tasten de teelt flink aan en bepaalde biologische bestrijdingsmiddelen worden volgens Verwoert nog niet op de juiste manier ingezet.
Veel aanloop Toch kijkt hij tevreden naar de oogst. De inzet van specifieke technieken voor boombeheer – bijvoorbeeld het diagonaal plaatsen van bomen zodat er aan de onderste takken veel kersen groeien – werken goed.
Zo staan hij en zijn vrouw bijna dagelijks in de kraam, met veel aanloop van nieuwsgierigen die er langsrijden. Achterin de tent worden alle kersen met de hand getest: Verwoert en zijn medewerkers rollen de kersen over een witte tafel. Laten ze een spoortje achter, dan is er waarschijnlijk iets mis en gaan de kersen de prullenbak of de jam in.
Het blijft intens om zo persoonlijk achter de toonbank te staan, erkent Verwoert. “Maar iedereen in het dorp komt langs. Je hebt weer persoonlijk contact met de consument, in plaats van dat alles naar de retailer gaat.”