LEERDAM - Op Bevrijdingsdag staan we stil bij de vrijheid die in 1945 werd herwonnen. Vaak gaat dat gepaard met beelden van feest, opluchting en vlaggen op straat. Maar de bevrijding bracht niet alleen maar vreugde. Historisch verteller Tjoerd Zewije dook in verhalen uit de regio en laat zien dat er ook een andere kant is.
In Leerdam verliep de bevrijding zelf relatief rustig. De stad werd bevrijd door Belgische militairen onder leiding van generaal Jean-Baptiste Piron. Een naam die nog altijd terug te vinden is in de stad. “Het was eigenlijk best ordentelijk verlopen en het was vooral groot feest”, vertelt Zewije.
Leerdam: feest dat omsloeg in rouw Maar die feestvreugde kreeg al snel een donkere rand. Kort na de bevrijding namen de Binnenlandse Strijdkrachten tijdelijk de orde in de stad over. Hun hoofdkwartier zat in hotel Lucullus. Daar ging het mis. Tijdens een bijeenkomst werd een wapen gepakt om uitleg te geven, maar het geweer bleek, tegen alle regels in, nog geladen.
Het schot dat volgde had fatale gevolgen. Verzetsmannen Leunis van der Maas en Willem de Groot raakten dodelijk gewond. “Die mannen hadden de oorlog overleefd, waren door alle gevaarlijke jaren heen gekomen”, zegt Zewije. “En dan, als het eigenlijk voorbij is, gebeurt dit.”
Enorme impact De impact op de stad was enorm. Waar eerst feest werd gevierd, sloeg de stemming om. “Oudere Leerdammers vertelden nog altijd dat dit echt een schaduw over de bevrijding heeft gelegd”, legt Zewije uit. “Die dag van vrijheid werd daardoor nooit alleen maar als iets feestelijks herinnerd.”
De begrafenis van de twee mannen werd massaal bezocht en maakte diepe indruk. Het contrast tussen vreugde en verlies is volgens Zewije precies wat deze geschiedenis zo bijzonder maakt. “Het laat zien dat bevrijding niet zwart-wit is.”
Asperen: de ‘moffenmeid’ Voor een theaterstuk dat Zewije de afgelopen zeven jaar heeft opgevoerd, sprak hij veel mensen in de streek. Zo ook iemand uit Heukelum die een bijzonder verhaal over een ‘moffenmeid’ vertelde.
Na de bevrijding werden vrouwen die relaties hadden gehad met Duitse soldaten publiekelijk vernederd. Ze werden kaalgeschoren en door het dorp gereden en uitgejouwd door omstanders.
Het verhaal is Zewije altijd bijgebleven. “Er was één vrouw die tijdens deze vernederingen niet ineengedoken op die kar zat”, vertelt hij. “Zij stond rechtop en maakte oogcontact met iedereen.” Volgens Zweije riep ze naar de menigte: ‘Mijn kinderen hebben tenminste te eten gehad.’
Andere blik Die woorden geven volgens Zewije een andere blik op wat vaak snel wordt veroordeeld. De vrouw was weduwe geworden en stond er alleen voor met meerdere kinderen. In een tijd zonder sociale voorzieningen zag zij geen andere uitweg.
“Het is zo makkelijk om achteraf een oordeel te hebben”, zegt Zewije. “Maar dit soort verhalen laten zien dat de werkelijkheid veel complexer is. Niet alles is zwart of wit.”
Herdenken en begrijpen Volgens Zewije is het belangrijk dat dit soort verhalen juist rond 4 en 5 mei verteld blijven worden. Niet alleen om te herdenken, maar ook om te begrijpen wat oorlog en bevrijding écht betekenen.
“Ik geloof niet dat een oorlog zomaar ophoudt”, zegt hij. “De gevolgen werken generaties lang door. Je merkt dat nog steeds bij mensen, in families, in verhalen die blijven terugkomen.”