TIEL - “We zijn begonnen met de repetities van Buren Ademt 1551”, zegt schrijver, dichter en journalist Fred Eggink enthousiast. In ’t Nest Rivierenland, een creatieve broedplaats in Tiel, vertelt hij bevlogen over zijn nieuwste project. “Daar word ik echt blij van.”
De theatervoorstelling grijpt terug op het huwelijk van Willem van Oranje en Anna van Egmond in 1551, maar behandelt thema’s die nog altijd actueel zijn: ongelijkheid, geloof, oorlog en vrede. Hij schreef het stuk zelf.
Opgegroeid in het gemeentehuis Eggink groeide op in Varsseveld, in een bijzondere omgeving: het gemeentehuis. Zijn vader werkte er als bode. “Als jochie liep ik zo de raadzaal in en hield ik daar mijn eigen redevoeringen”, vertelt hij met een glimlach. “Misschien was dat wel een oefening voor later.”
Toch was hij niet altijd de zelfverzekerde man van nu. Als tiener was hij verlegen en werd hij zelfs een periode gepest. “Woorden doen ertoe”, zegt hij. “Die kunnen blijven nagalmen.”
Van klaslokaal naar krant Zijn eerste droom was duidelijk: onderwijzer worden. Die droom kwam uit. Zeventien jaar stond hij voor de klas. “Onderwijs is ook een vorm van theater”, legt hij uit. “Je moet kinderen enthousiasmeren, je moet er voor meer dan honderd procent staan.”
Toch kwam er een omslag. De toenemende bureaucratie en veranderingen in het onderwijs deden hem besluiten een andere weg in te slaan. Via een rol als correspondent rolde hij de journalistiek in, uiteindelijk bij De Gelderlander. Wat hem daarin het meest aansprak? “Ontmoetingen met mensen. Dat is het mooiste dat er is.”
De stap naar het podium Tijdens zijn jaren als onderwijzer begon Eggink al met schrijven: liedjes, musicals en cabaret. Hij sloot zich aan bij een cabaretgroep en ontdekte een nieuwe kant van zichzelf. “Het was een rare overgang”, zegt hij. “Van een verlegen jongen naar iemand die solo op het podium stond.”
Een belangrijk deel van zijn leven speelde zich lange tijd in stilte af. Eggink worstelde jarenlang met zijn homoseksualiteit en kwam pas op 36-jarige leeftijd uit de kast. “Het had alles te maken met angst”, zegt hij openhartig. “Achteraf denk ik: die angst was vaak misplaatst.”
Zijn eerste grote liefde, Joost, speelde daarin een cruciale rol. Samen bedachten ze ooit een verhaal over ‘de blauwe wortel die oranje wil zijn’, een metafoor voor anders zijn. Na het overlijden van Joost bleef het idee jarenlang liggen, tot Eggink het opnieuw oppakte. Het groeide uit tot een boek dat inmiddels zelfs in het onderwijs wordt gebruikt.
Poëzie als uitlaatklep Tijdens de coronaperiode vond Eggink opnieuw een creatieve vorm: poëzie. Zijn gedichten ontstaan vaak spontaan, vanuit observaties en gevoelens. Een krachtig voorbeeld is zijn gedicht over uit de kast komen, waarin hij schrijft: “Te lang gewacht, te lang gezwegen… zeg het nu, zeg het: ik houd van hem.”
Zijn werk raakt aan persoonlijke én maatschappelijke thema’s en vindt steeds vaker een podium.
Altijd in beweging Of het nu gaat om theater, journalistiek of poëzie: Fred Eggink blijft creëren en verbinden. Zijn nieuwste project in Buren is daar opnieuw een voorbeeld van. “Ik rol van het een in het ander”, zegt hij nuchter. “Tot mijn eigen verbazing soms.”
Wat blijft, is zijn drijfveer: verhalen vertellen, over anderen, en uiteindelijk ook over zichzelf.