College Tiel reageert op kritiek belangengroep Wietboulevard
Zondag 5 april 2026 | Mels van den Broek
Ter illustratie.
TIEL - Het college van burgemeester en wethouders in Tiel heeft gereageerd op vragen van de fracties van CDA, D66 en Lokaal Liberaal Tiel over de mogelijke verplaatsing van vier coffeeshops naar de Rivierenlandlaan. De vragen zijn mede gebaseerd op kritiek van de Belangengroep Omwonenden Wietboulevard.
De belangengroep stelde eerder onder meer dat plannen jarenlang geheim zouden zijn gehouden en dat er bestuurlijke en juridische risico’s onvoldoende zijn onderzocht, nadat zij stukken hadden ingezien d.m.v. een Woo-verzoek. Het college weerspreekt deze kritiek.
Bewust gekozen voor vertrouwelijkheid Volgens het college is in de verkennende fase bewust gekozen voor vertrouwelijkheid. Dit was volgens hen nodig om gesprekken met de vier coffeeshophouders in alle rust te kunnen voeren.
“Deze bewuste keuze was noodzakelijk om de gesprekken met de vier private exploitanten in alle rust te kunnen voeren, zonder dat vroegtijdige publieke discussies het proces of de onderhandelingspositie zouden verstoren”, aldus een woordvoerder van de gemeente.
Volgens het college is de geheimhouding later juridisch vastgelegd tijdens besloten raadsvergaderingen, conform de Gemeentewet. Het college stelt dat de gemeenteraad via deze besloten kanalen tijdig en adequaat is geïnformeerd.
Integrale advisering in latere fase De belangengroep stelt verder dat adviezen over veiligheid, verkeer, ecologie en handhaving ontbreken. Maar de burgemeester en wethouders geven aan dat in de verkennende fase een globale integrale advisering is uitgevoerd voor de locatie Rivierenlandlaan.
De volledige integrale beoordeling vindt volgens het college plaats in een latere fase van de procedure, onder meer aan de zogenoemde omgevingstafel binnen de BOPA-procedure.
Samenwerkingsovereenkomst De gemeente bevestigt dat er inmiddels een samenwerkingsovereenkomst is gesloten met de vier coffeeshophouders. Volgens het college is dit een gebruikelijke stap om afspraken vast te leggen over kosten en verantwoordelijkheden. De coffeeshophouders zijn volgens het college verantwoordelijk voor de kosten van de inrichting van het gebied en eventuele infrastructurele aanpassingen.
Project niet stilgelegd De fracties vroegen het college ook of het project stilgelegd kan worden totdat aanvullende onderzoeken zijn afgerond. Het college ziet daar geen aanleiding voor.
Volgens de gemeente maken integrale advisering, financiële transparantie en de Didam-procedure (verplicht overheden om vastgoed via een eerlijke en openbare selectie te verkopen aan de meest geschikte bieder) onderdeel uit van het lopende proces. De gemeenteraad kan volgens het college nog invloed uitoefenen via het bindend adviesrecht in de verdere procedure.
De verdere besluitvorming over de mogelijke verplaatsing van de coffeeshops moet nog plaatsvinden. Daarbij krijgen belanghebbenden de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen en bezwaar te maken.