VIANEN - Een schoolbus vol met tassen en handgeschreven kaarten is donderdag vanuit Vianen naar Oekraïne vertrokken. Dankzij de bus kunnen de kinderen in de frontregio Sumy na maanden weer naar school.
In de regio, op 50 kilometer van de Russische grens, leven de mensen in zware omstandigheden, legt Miriam Klinkenberg van de hulporganisatie LifeLine Ukraine uit. Er zijn veel luchtaanvallen en de inwoners die er nog zijn hebben vaak niet de mogelijkheid om weg te gaan, zegt ze.
In de regio zijn drie scholen met een schuilkelder - dat is door de luchtaanvallen noodzakelijk. Maar de kinderen hebben nu nauwelijks mogelijkheid om er te komen. Er rijdt namelijk vrijwel geen openbaar vervoer en de schoolbus die reed, is door de oorlog verwoest.
Daardoor konden honderden kinderen maandenlang niet naar school toe. "Voor ons een signaal om in actie te komen", zegt Marcella Simons van hulporganisatie People for People. Samen met LifeLine Ukraine zette zij de actie op.
2200 kilometer en sneeuw Donderdag was het zover en vertrok de bus met twee chauffeurs en twee hulpverleners naar Sumy. "De chauffeurs hebben een zware rit voor de boeg", zegt Klinkenberg. " De reis is 2200 kilometer en in Oekraïne ligt er veel sneeuw. "Maar we gaan ervan uit dat het goed gaat."
De bus is door busbedrijf Pouw uit Vianen helemaal opgeknapt, zodat die geschikt is voor het koude weer daar. Pouw kocht het voertuig vanuit Schiermonnikoog en stelde 'm beschikbaar voor het goede doel.
Sport en sociale activiteiten De Oekraïense kinderen gaan straks niet alleen met de bus naar school, maar ook naar sport en sociale activiteiten. Op die manier zien de kinderen elkaar en blijft het dagelijks leven zover als mogelijk doorgaan, zegt Klinkenberg. "De oorlog is natuurlijk al vier jaar gaande. En mensen moeten om te overleven een beetje structuur zien. En vooral de kinderen."
De bus zit vol met schoolspullen als notitieblokken, tassen, pennen. Ook gaan er tekeningen en kaartjes met bemoedigende woorden van Nederlandse kinderen mee. Simons: "Om te laten zien dat we hen niet vergeten zijn."