MEERKERK - Voor de eerste keer in zeventien jaar doet Nederland weer mee met het wereldkampioenschap gebak en chocolade: de Coupe du Monde de la Pâtisserie in Lyon, Frankrijk. Meerkerker Bart de Gans is deel van het driekoppige team, dat begin dit jaar de vierde plaats behaalde tijdens de Europese kwalificatiewedstrijd en daarmee door mag naar de finale in 2027.
Poule des doods Die Europese kwalificatie is meteen een soort ‘poule des doods’, vertelt De Gans vanuit zijn chocolade-en-gebakszaak Perfri in Meerkerk. Hoewel er zeker ook in Azië sterke ‘patissiers’ opstaan – Japan en Maleisië wonnen de afgelopen jaren medailles in alle kleuren - is het wereldkampioenschap vaak een Europese aangelegenheid.
Dat het op de kwalificaties een vierde plek werd, vindt hij dus niet erg. “We maakten ook wat schoonheidsfoutjes”, zegt hij. Daar werken ze nu aan. Het grootste probleem was echter een slordigheidsfout met de vriezer – er stond er een ingesteld op -36 graden, in plaats van – 18 graden. Niet goed voor het ijs.
Jongensdroom Maar al in al is het voor De Gans “een jongensdroom die uitkomt”. Niet dat hij altijd droomde van taartjes en chocolade. Hij was op school een “enfant terrible”, vertelt hij, vertrok zonder diploma of doel. Hij kwam toevallig in de patisserie terecht en viel vervolgens als een blok voor de combinatie van vakmanschap en creativiteit.
“In 2009, misschien wel eerder, ging ik voor het eerst bij de Coupe du Monde kijken”, zegt hij. “Daar zag ik zoveel talent, ik dacht: daar wil ik zelf ook aan mee doen.” Voor de wedstrijd is echter een team nodig, en juist bij het samenstellen van zo’n team liep het fout. “Eigenlijk had ik de moed opgegeven, totdat een collega zei: god, Bart, laten we het toch nog een keer mee gaan doen.”
De wedstrijd vraagt veel van deelnemers. Elk detail van het proces, tot aan de hygiëne, wordt scherp in de gaten gehouden door de jury en voorzien van punten. Het is dus hoofdzaak om vooraf veel te oefenen en vooral ook het regelement van de jury uit het hoofd te kennen, vertelt De Gans.
IJsbeeld Het werk wordt eerlijk verdeeld over de drie teamleden. “We wilden dat iedereen zoveel mogelijk van hun eigen discipline kon laten zien”, zegt De Gans. “Ik heb gekozen om het ijsbeeld te maken. Maar ik deed ook een deel van de eetbare onderdelen.”
Voor het ijsbeeld krijgt elk team op de wedstrijd dag een groot blok ijs – vijftig centimeter hoog en wijd, 25 centimeter breed. “Daar mag je een sculptuur uit hakken. Wat de meeste mensen deden is gewoon uit dat blok een sculptuur hakken. Wij dachten, wat als we dat beeld in verschillende onderdelen kunnen samenstellen (assembleren)? Dan kun je in de hoogte gaan. Dat had nog nooit iemand gedaan, en daar hebben we onze punten mee gehaald.”
De toekomst Hij is absoluut trots op het beeld, maar ook op het team. “We hebben een hele organisatie om dit team opgebouwd, omdat we willen dat het ook toekomst heeft.” Hij hoopt dat de prestaties van dit team ook in de toekomst patissiers zal inspireren om mee te doen.
De finale moet nog komen: die vindt begin 2027 plaats, wederom in Lyon. Dat betekent dat het voor De Gans en zijn team tijd is om te “trainen, trainen, trainen”. De voorschriften voor de finale volgen pas later, zegt hij. Maar je kan niet vroeg genoeg beginnen voor een wereldkampioenschap – ook al draait het om gebak.