REGIO - Na bijna een halve eeuw als fotojournalist heeft William Hoogteyling zijn camera definitief neergelegd. De Betuwse fotograaf, jarenlang een vertrouwd gezicht voor regionale en landelijke kranten, ging onlangs met pensioen. In het programma Pakkende Portretten, opgenomen in ‘T Nest Rivierenland in Tiel, blikt hij terug op zijn carrière, zijn iconische foto’s en de ingrijpende veranderingen in de fotografie.
Hoogteyling werkte 48 jaar onafgebroken als fotograaf, onder meer voor het Utrechts Nieuwsblad en later het Algemeen Dagblad. Zijn laatste opdracht was symbolisch: een reportage in Culemborg, bewust geregeld door een collega met wie hij 38 jaar samenwerkte. “Niet ergens in Utrecht, maar in mijn eigen regio,” vertelt Hoogteyling. “Dat voelde goed.”
Van bromfiets tot Zilveren Camera De liefde voor fotografie kreeg hij van huis uit mee. Zijn vader fotografeerde als hobby en zo begon Hoogteyling zelf ook, nog vóór hij zijn rijbewijs had. In het weekend trok hij op de bromfiets door de Betuwe, met zijn latere vrouw Annelies achterop en een aluminium koffer vol camera-apparatuur.
Die regionale betrokkenheid zou zijn handelsmerk blijven. Van dorpsreportages tot grote nieuwsgebeurtenissen: Hoogteyling was er vaak als een van de eersten bij. Dat leidde in 1986 tot landelijke bekendheid, toen hij de Zilveren Camera won voor zijn foto van Hans Janmaat na een aanslag in Kedichem. De foto ontstond grotendeels bij toeval, terwijl hij onderweg was naar een andere opdracht. “Ik wist niet eens wat er precies aan de hand was,” zegt hij. “Maar op dat moment begon het bij mij te borrelen.”
Menselijk drama Ook andere beelden uit zijn oeuvre staan in het collectieve geheugen gegrift. Zoals de foto van een huilende kippenboer tijdens de evacuaties bij het hoogwater van 1995, die zijn dieren niet mocht ophalen. Of de confronterende beelden van de ongeregeldheden rond de komst van een AZC in Geldermalsen in 2015, waarbij hij vlak naast een agent stond die waarschuwingsschoten loste.
Zijn kracht lag altijd in het menselijke verhaal achter het nieuws. “Je moet voelen wat er gebeurt,” zegt hij. “Niet alleen kijken.”
Een verdwijnend beroep Toch werd de keuze om te stoppen steeds makkelijker. De fotografie is ingrijpend veranderd, stelt hij. Waar fotojournalisten vroeger meerdere keren betaald kregen voor dezelfde foto, worden beelden nu centraal aangeleverd of zelfs vervangen door foto’s van Google Maps of smartphones. “Er is gewoon niks meer te verdienen,” zegt hij nuchter. “Die tijd is voorbij.” Volgens hem is het vak vergelijkbaar met de dorpsbakker of groenteboer: ooit onmisbaar, nu grotendeels verdwenen. “Het heeft alles te maken met digitalisering en de iPhone.”
Terug naar zwart-wit Helemaal afscheid nemen van de fotografie doet hij overigens niet. De komende tijd wil hij zijn archief van zwart-witnegatieven ordenen. Juist die periode beschouwt hij als zijn mooiste. De beelden laten de ingrijpende veranderingen in het Betuwse landschap zien: van boomgaarden tot snelwegen en de komst van de Betuweroute.“Het echte vakmanschap zat volgens de fotograaf in zijn zwart-wit tijd. Daarin heb ik de omslag van de Betuwe vastgelegd. Dat verdwijnt nooit meer.”
Pensioen Voorlopig geniet hij van zijn pensioen, sport hij overdag en brengt hij tijd door met zijn vier kleinkinderen. Over een half jaar ziet hij wel of hij zich nog vrijwillig wil inzetten. “Maar eerst rust,” zegt hij. “En die voel ik nu al in mijn lichaam.”