VIJFHEERENLANDEN - De gemeenteraad van Vijfheerenlanden heeft donderdag besloten om per 2026 een nieuwe riool- en waterzorgheffing in te voeren. Deze vervangt de huidige rioolheffing en moet alle gemeentelijke watertaken dekken: de afvoer van afval- en hemelwater, het onderhoud van het riool en maatregelen tegen grondwaterproblemen.
Lasten verdeeld over eigenaren en gebruikersMet de nieuwe heffing gaan niet alleen gebruikers, maar ook eigenaren van percelen betalen. De lasten worden verdeeld in een verhouding van 20 procent voor eigenaren en 80 procent voor gebruikers.
- Eigenaren betalen een vast bedrag per perceel op basis van de WOZ-waarde.
- Gebruikers betalen afhankelijk van het waterverbruik, met een basistarief tot 900 m³ en een extra bedrag per 100 m³ daarboven.
Voor huurders verandert er volgens het college weinig, omdat zij via de gebruikersheffing bijdragen. Voor eigenaren die niet zelf gebruiker zijn – zoals woningcorporaties – betekent de invoering wel een lastenverzwaring. Agrarische bedrijven behouden de bestaande regeling waarmee vermindering kan worden aangevraagd als niet al het water wordt afgevoerd op de riolering.
Politieke discussie en amendementenDe invoering leidde tot een stevig debat in de raad. De VVD diende het amendement 'De vervuiler betaalt' in, met als doel de lasten meer te verschuiven naar grootverbruikers. “De vervuiler betaalt moet leidend blijven,” stelde fractievoorzitter Anouk Fransen. Wethouder Ton van Maanen ontraadde dit echter met de woorden: “Dit vraagt erom om terug te gaan naar wat we al hebben.” Uiteindelijk stemde alleen de VVD voor; alle andere fracties stemden tegen, waarmee het voorstel verworpen werd.
De SGP en ChristenUnie kwamen met een alternatief amendement dat een andere verdeling tussen eigenaren en gebruikers beoogde. Hoewel GroenLinks aangaf begrip te hebben voor de gedachte om huurders te ontzien, vond de partij het voorstel niet uitvoerbaar en stemde tegen. Toch haalde het amendement een meerderheid, met steun van SGP, ChristenUnie, CDA, PvdA, VHL Lokaal en BBV.
D66 bracht een derde amendement in, gericht op het ontzien van sociale huurwoningen. Volgens fractievoorzitter Jaap Breur moest worden voorkomen dat woningcorporaties door de nieuwe lasten minder woningen zouden aanbieden. “Voor elk probleem is er volgens ons een oplossing. Kosten wat kost, het kan wel,” zei hij. De PvdA vond echter dat het voorstel haaks stond op de bedoeling van de heffing, GroenLinks vond het wel sympathiek maar betwijfelde wat het college ermee kon. De wethouder gaf aan dat woningcorporaties zelf al hadden aangegeven dat dit juridisch niet haalbaar was. Alleen D66, VVD en GroenLinks stemden voor; de overige fracties wezen het amendement af.
Motie ChristenUnieDaarnaast lag er een motie van de ChristenUnie die aandacht vroeg voor de betaalbaarheid van de heffing voor inwoners. De PvdA noemde de motie “scheef” en ook VHL Lokaal en GroenLinks uitten zorgen. BBV liet weten wel positief tegenover de motie te staan. Uiteindelijk trok de ChristenUnie het voorstel in, nadat de wethouder verhelderende vragen had beantwoord.
Standpunten van fractiesOok buiten de amendementen gaven fracties hun visie. GroenLinks-fractievoorzitter Brigitte van Brakel benadrukte dat het amendement van D66 er “veel sympathieker” uitzag dan de andere voorstellen, maar vroeg zich af wat het college er daadwerkelijk mee zou kunnen doen. BBV-fractievoorzitter Monique van den Broek zei dat haar partij het oordeel van het college zwaar liet meewegen in hun besluitvorming.
Wayne Hol (VHL Lokaal) zag in het D66-amendement “een duurzame oplossing, mits technisch haalbaar”, maar wees tegelijkertijd op de mogelijke administratieve lasten en stelde vragen bij de kosten van het VVD-amendement. CDA-fractievoorzitter Marcel Verweij gaf aan dat zijn partij nog veel vragen had en eerst het oordeel van het college wilde afwachten.
Achtergrond van de wijzigingDe wijziging komt voort uit een modelverordening van de VNG (2021), die gemeenten meer ruimte geeft om lasten eerlijker te verdelen. Ook sluit de heffing aan bij het nieuwe rioleringsprogramma dat in 2026 ingaat. Volgens het college is de nieuwe aanpak nodig om de stijgende kosten voor waterbeheer te dekken en voorbereid te zijn op uitdagingen zoals klimaatverandering en wateroverlast.
Stemming over het raadsvoorstelNa de behandeling van de amendementen stemde de raad over het uiteindelijke raadsvoorstel.
Voor: CDA (5), ChristenUnie (4), GroenLinks (1), PvdA (2), SGP (4), VHL Lokaal (6).
Tegen: VVD (4), D66 (3) en BBV (1).
Daarmee werd de invoering van de nieuwe riool- en waterzorgheffing per 1 januari 2026 aangenomen.